Home. » Ziektes bij koi.s 2.

ziektes 2.

 

Eéncelligen : protozoën.

Trichodina. /Chilodonella.

 

Welke soorten ééncelligen teisteren onze koi?

Een groot aantal aandoeningen wordt meestal door ééncellige parasieten veroorzaakt. Deze aandoeningen zijn meestal gemakkelijk aan de veranderingen van de huid te zien. De slijmlaag bij dit soort infecties is vaak dikker, zodat de kleur van de vissen grijzer wordt. Soms kan men aan de uiterlijke tekenen op de huid al zien om welke soort parasiet het gaat. Deze huidparasieten zijn flagellaten of ciliaten en zij veroorzaken duidelijk zichtbare puntjes op de huid en vinnen.

De ciliaten of wimperdiertjes hebben vele kleine trilhaartjes (cilien) over het hele lichaam verspreid. Flagellaten zijn herkenbaar aan enkele langere haartjes (flagellen) waarmee ze zich voortbewegen. Flagellaten komen ook in het lichaam van de koi voor; meestal in de darm.

Een nog onbekende groep ziekteverwekkers zijn de sporozoas. Deze parasiteren net als de flagellaten in het hele lichaam waardoor de bestrijding meestal moeilijk of onmogelijk is.


Hoe een infectie met ééncelligen herkennen ?

Trichodina of huidvertroebeling :
Trichodina is een ciliaat, welke optreedt als de vissen verzwakt zijn door stress of bij een slechte waterkwaliteit. De koi zijn lusteloos en schuren aan de vijverwanden en rotsen. Meestal hangen de vissen met samengeknepen vinnen aan het wateroppervlak waar ze naar lucht happen. Verder is er een toegenomen grijze of blauwachtige slijmlaag te zien en de kleur van de vis is meestal donkerder dan normaal. In een later stadium kunnen bloederige plekken ontstaan.

Trichodina vermeerdert zich door deling op de huid van de vis; hierdoor kan een trichodinabesmetting zich enorm snel uitbreiden. De parasiet kan zowel de kieuwen als de huid van de vis infecteren. Trichodinaparasieten zijn in staat de vis te verlaten en vrijzwemmend ongeveer 24 uur in leven te blijven om naar een andere vis te zoeken.

Trichodinaparasieten zijn bij een vergroting van 100-200x door de microscoop goed te zien. De parasieten zijn helemaal rond en bevatten aan de buitenkant heel veel ciliaten. In het midden van de cel is ook soms een halfronde grote celkern te zien. Aan de onderkant van de parasiet zit een ring met haakjes, waarmee zij zich kunnen vasthechten op de huid van de vis.

      

Advies :
Trichodina is eenvoudig met een middel tegen ééncelligen te behandelen. Omdat als de ciliaten de huid verlaten gaatjes ontstaan, is het mogelijk, dat bijkomende bacteriële infecties en schimmelinfecties ontstaan. ALPAREX van Colombo voor de vijver zorgt ervoor, dat Trichodina en andere ééncelligen met positief resultaat bestreden worden.

Dosering :
1ste dag 1ml.per 20 liter vijverwater; de 2e dag nog eens 1ml.per 20 liter vijverwater. UV-lamp minimum 1 week uitschakelen.

Tussen ALPAREX en FMC-50 dient minimum twee weken tussen te zijn.




Chilodonella of kieuwvertroebeling :
De chilodonellaparasiet behoort net als de trichodinaparasiet tot de groep van de ciliaten. Chilodonella is een typische koudwaterparasiet. Deze parasiet is in het begin van de ziekte alleen op de kieuwen te vinden. Pas in een later stadium wordt ook de huid besmet, wat zichtbaar is aan de toegenomen slijmlaag. Meestal vinden wij een grijze huidvertroebeling alleen in het gebied rond de nek van de vis tot de rugvin. Doordat de kieuwen sterk aangetast zijn, happen de vissen sterk naar lucht en hangen aan het wateroppervlak. Besmette vissen schuren langs de vijverwanden en rotsen.

Bij een vergroting van 50-200x is deze parasiet goed te zienDe parasiet heeft een ovale vorm met een insnijding aan het achtereinde van het lichaam. Verder is ook een grote celkern en vele kleine holten te zien. Zoals boven reeds vermeld komt hij vooral op de kieuwen voor en bij een temperatuur lager dan 20C°. Waardoor de aandoening meestal in de lente of herfst voorkomt.

     

   


Advies :
Chilodonella is eenvoudig met een middel tegen ééncelligen te behandelen. ALPAREX van Colombo voor de vijver zorgt ervoor, dat Chilodonella en andere ééncelligen met positief resultaat bestreden worden.

Dosering :
1ste dag 1ml.per 20 liter vijverwater; de 2e dag nog eens 1ml.per 20 liter vijverwater. UV-lamp minimum 1 week uitschakelen.

Tussen ALPAREX en FMC-50 dient minimum twee weken tussen te zijn.

 

 

Meercellige parasieten.

Ankerworm./ Kieuwkreeften.

 

Hoe een infectie met meercellige herkennen ?

 

Lernaea of ankerworm :
Ankerworm is eigenlijk een foutieve benaming voor deze parasiet die tot de kreeftachtige behoort. De 2cm grote diertjes zijn duidelijk op de huid van de vissen te herkennen. De vissen schuren aan vijverwanden en rotsen en zwemmen zenuwachtig rond in de vijver.

Op de aanhechtingsplaatsen ontstaan rode vlekken door ontstekingen en bacteriële infecties. De ankerwormen dringen diep in de huid en spieren van de vis door zodat soms alleen de staart van de beestjes te zien is. Bij jonge vissen tot zelfs in vitale organen als de lever. Bloedarmoede, vermagering en sterfte zijn het gevolg.

Ankerwormen lijken op een worm met hoorntjes aan de kop; bij volwassen vrouwtjes zijn de 2 eierzakjes goed te zien. Alleen de vrouwtjes zijn parasitair; de mannetjes niet. Met de haken, welke sterk op een anker van een schip lijken, boren ze de vissen door de huid tot in het spierweefsel en zuigen bloed op. De mannetjes wijken qua vorm helemaal af van de vrouwtjes. De mannetjes sterven ook na de voortplanting in mei, de vrouwtjes dringen zich nog dieper in het weefsel van de vis en verplaatsen zich niet meer. Het achterlijf steekt nog tussen de schubben uit; aan het uiteinde zijn de twee lange eierzakjes te zien. Eind mei begin juni sterven dan ook de vrouwtjes en vallen gewoon van de vis af met medeneming van stukken huid en spierweefsel waarbij ze grote gaten veroorzaken. Deze gaten genezen zeer moeilijk, meestal ontstaat er een bacteriële- of een schimmelinfectie wat de dood van de koi tot gevolg heeft.

Een microscopisch onderzoek is niet nodig, omdat ankerwormen met het blote oog zijn waar te nemen.

  

  

  




Advies :
Ankerwormen kunnen met preparaten tegen wormen zoals LERNEX VAN COLOMBO voor de vijver eenvoudig worden bestreden. 10 gr. per 125L vijverwater. Een volle schep met de bijgeleverde maatlepel is ca. 20 gram. Het verdient aanbeveling de behandeling na 14 dagen te herhalen.

UV-lamp tot 10 dagen na de laatste behandeling uitgeschakeld houden. Tussen het gebruik van Lernex, en Alparex dient minimaal 3 weken tijdsverschil te zitten. Niet gebruiken onder de 10°C.

 

Ergasilus of kieuwkreeftje :
Een infectie met ergasilus of kieuwkreeftjes komt meestal voor op vissen die leven op de bodem of in de lagere waterlagen. Ergasilus leeft vooral op de bodem terwijl de larven vrij rond zwemmen in het water.

Deze kreeftjes parasiteren op de kieuwen van de vis en zijn daar als kleine witte puntjes van een lengte tot 2 mm te zien. Aangetaste vissen vermageren en de kieuwen worden bloedarm en bleek, waarna de vissen lusteloos worden. Op de foto zijn de aangetaste kieuwen van een koi goed te zien.

Alleen de vrouwtjes zijn parasitair. De mannetjes zijn planktonorganismen. In de loop van de zomer kunnen 2 generaties ontstaan. Bij de vrouwtjes ontwikkelt zich een paar krachtige haken waarmee ze zich vast hechten in de kieuwen van de vissen. Volwassen kieuwkreeftjes zijn tot 2mm groot en zoeken vaak de grotere vissen op omdat kleinere vissen te kleine kieuwen hebben om zich goed te kunnen vastgrijpen.

De volwassen vrouwtjes worden ook wel "kieuwwormen" genoemd vanwege de wormachtige witte eierzakken. De kieuwkreeftjes kunnen zelf overbrengers zijn van parasitaire ziekten, ze dienen daarbij vaak als tussengastheer. Gelukkig komt de parasiet niet veel voor bij koi, wel is het raadzaam om nieuwe vissen uitvoerig te controleren.

Bij microscopisch onderzoek is een vergroting van 50x voldoende om de parasiet goed te herkennen. Met een bot voorwerp kunnen de kreeftjes voorzichtig van de kieuwen gehaald worden.

         

    

   


Advies :
Kieuwkreeften kunnen met preparaten tegen wormen zoals LERNEX VAN COLOMBO voor de vijver eenvoudig worden bestreden. 10 gr. per 125L vijverwater. Een volle schep met de bijgeleverde maatlepel is ca. 20 gram. Het verdient aanbeveling de behandeling na 14 dagen te herhalen.

UV-lamp tot 10 dagen na de laatste behandeling uitgeschakeld houden. Tussen het gebruik van Lernex, en Alparex dient minimaal 3 weken tijdsverschil te zitten. Niet gebruiken onder de 10°C.