Home. » Ziektes bij koi.s 3.

ziekte bij koi.s 3.

  

Meercellige parasieten.

Welke soorten meercellige teisteren onze koi ?

Bloedzuigers./ Karperluis.

    

De laatste soort ziekteverwekkers zijn de meercellige waarvan de meeste tot de kreeftachtige of crustacea behoren. Deze ziekteverwekkers zijn groot genoeg om ze met het menselijke oog te herkennen. Omdat de kreeftjes zo groot zijn ontstaan natuurlijk ook grote wonden in de huid van de vissen. Hierdoor is het gevaar voor bacteriële infecties en schimmelinfecties heel groot.
Deze organismen met meerdere cellen hebben ook een ingewanden, geslachtsklieren en een zenuwstelsel. Ze zijn groter dan de ééncellige; maar een microscoop is toch aan te bevelen voor het herkennen van meercellige. 
De eerste meercellige die we bespreken zijn de bloedzuigers (Piscicola geometra of visbloedzuiger) gevolgd door de kreeftachtige als ergassilius (kieuwkreeftje); laernae of ankerworm en tenslotte de argulus (vis- of karperluis).

Hoe een infectie met meercellige herkennen ?

Bloedzuigers (Piscicola geometra of visbloedzuiger):
De visbloedzuiger voedt zich met bloed, ze zoeken een gastheer welke meestal al verzwakt is en zuigen zich vol met bloed. Een bloedzuiger welke meestal 's nachts actief is kan tot 10 ml bloed uit een vis zuigen.

Als je ronde zuigplekken op de vissen ontdekt kan dit wijzen op de aanwezigheid van visbloedzuigers. Als de gastheer verzwakt is door de visbloedzuiger verlaat deze de gastheer. Piscicola veroorzaken veel schade aan de slijmhuid en verspreiden ook ziekteverwekkers. De visbloedzuiger kan een lange tijd in de vijver overleven zonder gastheer. Bloedzuigers komen vaak met nieuwe planten in de vijver.

Piscicola worden tussen 2 en 5cm. Ze zijn lang dun en dwarsgestreept met twee zuignappen waarmee ze niet alleen bloed zuigen maar zich ook voortbewegen over de vis.

 

Advies :
Bij het uitzetten van nieuwe planten en vissen grondig nagaan of er geen ongenode gasten zijn meegekomen. Als er toch vissen getroffen zijn door bloedzuigers kan men deze met de hand van de vissen halen en behandelen in quarantaine met een zoutbehandeling van 20gr/l voor 10 à 45 minuten.

Alle vissen in quarantaine plaatsen en de besmette vijver leegmaken en grondig ontsmetten. (met calciumchloride) Het uitzetten van een zonnebaars kan in de toekomst al veel ellende besparen.

Argulus of karperluis :
De argulus is een van de meest voorkomende parasieten op vijvervissen, en kan tot 15 mm groot worden. De argulus heeft een ronde vorm met twee ronde zuignappen. Tussen deze zuignappen zitten de stekelvormige delen van de mond waarmee de argulus een gat door de huid van vis maakt. De argulus injecteert een vergif in de wond en met zijn sterke kaken van de mond breekt de Argulus het aangetaste weefsel open. De huid van de vis raakt geïrriteerd en deze zal gaan schuren en springen. Daardoor ontstaan verwondingen welke ook weer een infectie van bacteriën of schimmels kan veroorzaken.

De schade die ze bij de koi aanbrengen bestaat uit het onttrekken van bloed en weefselsappen waardoor er een rode plek ontstaat op de plaats waar de argulus heeft gezeten. De karperluizen kunnen door middel van gif de vissen verdoven of zelfs doden. Bovendien zijn ze bekend voor het overdragen van buikwaterzucht. Als de vis niet snel behandeld wordt is hij meestal reddeloos verloren.

De levenscyclus van de Argulus is als volgt: De volwassen Argulussen zitten met hun zuignappen op de vissen, de volwassen vrouwtjes verlaten de vis om hun eitjes af te zetten. De ontwikkeling tot een volwassen karperluis verloopt in negen larvenstadia.

Een microscopisch onderzoek is niet nodig, omdat karperluizen met het blote oog te zien zijn.

   

  

Advies :
Visluizen kunnen met preparaten tegen wormen zoals LERNEX VAN COLOMBO voor de vijver eenvoudig worden bestreden. 10 gr. per 125L vijverwater. Een volle schep met de bijgeleverde maatlepel is ca. 20 gram. Het verdient aanbeveling de behandeling na 14 dagen te herhalen.

UV-lamp tot 10 dagen na de laatste behandeling uitgeschakeld houden. Tussen het gebruik van Lernex, en Alparex dient minimaal 3 weken tijdsverschil te zitten. Niet gebruiken onder de 10°C.

Argulus kunnen veertien dagen overleven zonder gastheer. Het is daarom aangeraden om levend voedsel, rotsen of planten minimum twee weken te bewaren voor men deze in contact brengt met de vissen of de vijver in het algemeen.